Familierelaties

Het dementeringsproces kan spanningen teweeg brengen binnen familierelaties. De familie- en partnerrelaties komen onder druk te staan. Voor kinderen betekent dit dat er vaak minder tijd kan besteed worden aan het eigen gezin. Ook je partner en je eigen kinderen vragen je aandacht, je tijd en je liefde, naast de inzet voor je hulpbehoevende ouder.

We mogen ervan uitgaan dat bij elk kind het verlangen om te geven aan de ouder aanwezig is. Het verlangen om iets goed te doen, om te zorgen, om liefde en aandacht te geven, om aanwezig te zijn. De drijvende kracht hierachter is de onzichtbare familieband tussen kinderen en ouders, waar een sterk motiverende dynamiek van uitgaat. Ook binnen een partnerrelatie is dit verlangen om te geven aanwezig, maar hier vloeit dit voort uit liefde of vanuit een verworven loyaliteit door de gedeelde geschiedenis.

Soms heb je andere verwachtingen of ideeën over goede zorg dan broers of zussen. Misschien kan jij veel tijd investeren en een drukbezette broer veel minder. Misschien vind jij dat er een financiële vergoeding moet zijn voor de inspanningen van de kinderen en vinden anderen dit niet. Je hoopt misschien op waardering van broers en zussen voor alles wat jij doet en die waardering blijft soms uit. Ongetwijfeld beleeft iedereen het dementeringsproces op zijn eigen manier en zit ieder in een verschillende fase van het verwerkingsproces. Het dementeringsproces betekent altijd een crisis, een verstoring van de familierelaties. Dit kan zeer moeilijk en lastig zijn, maar er schuilen ook kansen in tot nieuwe vormen van geven en ontvangen.

Of het verlangen om zorg te geven ook wordt omgezet in een concrete actie hangt onder meer af van de kwaliteit en de geschiedenis van de relatie in het verleden. Indien de relatie betrouwbaar en liefdevol was, merken we dat ook het geven gemakkelijker en vlotter verloopt. Indien de relatie onbetrouwbaar en negatief geladen of destructief was, dan komen ongetwijfeld vroegere kwetsuren terug naar boven en dienen die vaak eerst opgehelderd te worden vooraleer men tot geven kan overgaan.

Er zijn echter geen regels. Sommige mensen die in hun opvoeding onheus werden bejegend, zijn toch in staat om te geven, soms zelfs oeverloos veel te geven. Het lijkt dan alsof ze door hun inzet alsnog hopen op een woord van dank of erkenning.

Onverwerkte situaties uit het verleden kunnen het geven nu belemmeren. “Ik wil je wel verzorgen, maar je hebt me toen verwaarloosd of je hebt me zo vernederd dat ik eigenlijk nog altijd kwaad op je ben. Hoe kan ik nu liefdevol voor je zorgen als ik nog steeds zo kwaad ben?” De kwaadheid zal zijn weg dienen te vinden, op welke wijze dan ook, wil je terug je hart openen om te geven aan je naaste met dementie.

Veel mantelzorgers ervaren het zorgen als een kans om terug te geven wat ze destijds van hun naaste met dementie gekregen hebben. In een ouder-kind relatie mag je verwachten dat de ouder altijd meer aan het kind geeft dan omgekeerd. Bij dementie geraakt deze balans tussen geven en ontvangen uit evenwicht. Het kind krijgt nu het gevoel dat er nu meer geïnvesteerd dient te worden in de relatie en dat het minder ontvangt van de ouder met dementie.

Ook in partnerrelaties is dit het geval. Veel mensen halen het verlies van wederkerigheid aan als een groot gemis. Je geeft zorg, genegenheid, veiligheid, liefdevolle warmte en een houvast. En het lijkt alsof er zo weinig terugkomt. En dat is in zekere zin ook zo; zeker als je het vergelijkt met vroeger. Toch blijft het belangrijk om te zien hoe ook de persoon met dementie blijvend wil geven en dat ook doet, op zijn manier: een knuffel, een onverwachte zoen, een glimlach, moeder die naar huis wil om de kinderen op te vangen die van school komen (zoals zij vroeger altijd gedaan heeft). Ook dit drukt zorg en aandacht uit. Het is troostend dit te blijven opmerken. Iedereen die bij de zorg betrokken is, geeft die zorg op zijn eigen wijze.

Vaak leidt hetzelfde motief, bijvoorbeeld de beste zorgen voor moeder, tot een verschillende oplossing. Voor de één is het beste een goede thuiszorg, voor de ander is het een opname in een woonzorgcentrum. Hier is het zeer belangrijk om goed te luisteren naar elkaars motieven en niet onmiddellijk te beginnen met elkaar verwijten te maken. Elk familielid kan voor zichzelf bepalen wat passend geven is, rekening houdend met eigen mogelijkheden en beperkingen, met eigen verlangens en weerstanden.

Dat passend geven zo verschillend kan zijn tussen broers en zussen heeft ook te maken met de unieke relatie die ieder heeft ten opzichte van zijn ouders. Iedereen heeft immers doorheen de loop van zijn levensgeschiedenis een eigen specifiek beeld van de relatie met zijn vader of moeder. Dit alles kan zoals gezegd tot onderlinge conflicten leiden in het bepalen van de te geven zorg, maar het houdt ook kansen in om met elkaar in gesprek te komen. Respect voor elkaars grenzen en mogelijkheden en het beluisteren en helen van oude kwetsuren kunnen tot groei en samenhorigheid leiden.

TIPS:

• Ga na wat voor jou passend geven is. Blijf ook zoeken naar wat de persoon met dementie nog kan geven. Je kan verrast zijn.

• Als oude pijn of kwaadheid zich laat voelen, zoek dan mensen om erover te praten.

• Spreek verwachtingen naar familieleden uit.

• Respecteer elkaars grenzen en ken je eigen grenzen in het geven van zorg.

• Probeer een niet oordelende houding aan te nemen in het gesprek met familieleden. Vraag desgewenst een buitenstaander om bij dit gesprek aanwezig te zijn.

• Ontneem niemand de mogelijkheid om zorg te geven.

• Probeer in alles wat gezegd wordt de zorg en bezorgdheid van de ander te beluisteren. In oplossingen kan men verschillen. De zorg en bezorgd- heid worden vaak gedeeld.