Waarom je Zondag de Negenste moet zien
“Het is een parel. De film laat je wenen én lachen. En hij haalt de mens achter de dementie tevoorschijn. Zó belangrijk.”
© Fotografie: Frank Temmerman
“Het is een parel. De film laat je wenen én lachen. En hij haalt de mens achter de dementie tevoorschijn. Zó belangrijk.”
Met Zondag de Negenste maakt regisseur Kat Steppe haar lang gekoesterde droom waar: fictie maken. Maar ze doet dat op haar manier. Met beide voeten in de werkelijkheid. De film werd gedraaid in woonzorgcentrum Onze Lieve Vrouw in Antwerpen, tussen bewoners met dementie, personeel en familie. Geen decor, geen figuranten — maar echte mensen, met echte verhalen.
Het resultaat is een film die zich niet laat samenvatten in één woord. Hij is teder en hard tegelijk. Tragisch en grappig. Confronterend en troostend. En bovenal: menselijk.
De mens achter de ziekte
In Zondag de Negenste volgen we Horst, een man met alzheimer. Hij verzet zich tegen zijn opname in het woonzorgcentrum. Hij kleeft post-its met het woord ‘euthanasie’ op de muur. Hij wil weg. Naar buiten. Naar vroeger. Naar de woeste kusten van Ierland waar hij ooit met zijn geliefde Andrea stond, met de wind in het haar en de zee onder zich.
Dementie wordt vaak gereduceerd tot geheugenverlies. Maar wie met de ziekte leeft of werkt, weet dat het veel meer is dan dat. Het is een verlies van tijd en ruimte. Een verschuiven van perspectief. Een wereld die anders wordt ingericht.
“Beschermen. Vasthouden. Dat is wat we goedbedoelend doen als samenleving,” zegt Kat Steppe. “Maar wanneer Horst eindelijk buiten geraakt, voel je hoe gevaarlijk die vrijheid kan zijn. Het drukke stadsverkeer. De chaos. En tegelijk zie je hoe hij in zijn hoofd helemaal wegvliegt, naar een droom die nog altijd leeft.”
Die droomscènes, gedraaid aan de Ierse kust – op dezelfde locatie waar ook The Banshees of Inisherin werd opgenomen – vormen een poëtisch tegengewicht voor de beslotenheid van het woonzorgcentrum. Ze tonen wat dementie ook is: niet alleen verlies, maar ook een intense beleving van herinneringen, emoties en verlangen.
“De boodschap is eenvoudig,” benadrukt Kat Steppe. “Blijf de mens achter de ziekte zien. Kijk over het pluche hondje van een bewoonster heen. Over de verwarde woorden. Over het gedrag dat je niet begrijpt. Er zit altijd een verhaal onder.”
Geen decor, maar medespelers
Voor Kat Steppe was het essentieel dat bewoners met dementie geen achtergrond zouden vormen. “Ze zijn geenszins herleid tot decor. Hun verhalen zijn verweven met die van de acteurs. Dat was spannend. Want als kijker laat je je normaal meeslepen in een fictieverhaal. Hier weet je: sommige mensen spelen geen rol. Ze zijn wie ze zijn. Maar net dat maakt het krachtig.”
Om die wereld echt te begrijpen, deed ze negen maanden vrijwilligerswerk in woonzorgcentrum De Wingerd in Leuven. “Na een week werd me al veel duidelijk,” zegt ze. “Je ziet hoe snel je als hulpverlener geneigd bent om dingen in de plaats van iemand te doen. Terwijl je soms beter een stap achteruitzet en samen doet.”
Ook directeur Caroline Giraud van woonzorgcentrum Onze Lieve Vrouw Antwerpen voelde van bij het begin dat de film over waardigheid moest gaan. “Ik ben eindverantwoordelijk voor onze bewoners. Als ik had gevoeld dat hun waardigheid in gevaar kwam, was het niet doorgegaan. Daar geef ik geen millimeter op toe.”
Die gedeelde visie maakte vertrouwen mogelijk. De filmploeg paste zich aan de leefwereld van het huis aan. Geen zware installaties, geen kabels in de gangen. “We waren hier te gast,” zegt Kat. “Dat heb ik ook twee keer expliciet tegen de crew moeten zeggen.”
Gaandeweg ontstond er iets bijzonders. “De filmploeg werd familie,” vertelt Caroline Giraud. “Je zag acteurs hand in hand zitten met bewoners. Je voelde: ze gaan hier niets doen wat niet klopt. Die band gaf veiligheid.”
Mantelzorger op tandvlees
De film raakt grote thema’s aan: mantelzorg, veiligheid, autonomie, wilsonbekwaamheid, euthanasie. Maar hij doet dat zonder pamflet. Hij toont.
Caroline Giraud herkent veel uit de dagelijkse praktijk. “We zien vaak dat mensen zo lang mogelijk thuis proberen vol te houden. Soms komen ze hier binnen in kortverblijf en barst de mantelzorger in tranen uit. ‘Ik zit op mijn tandvlees. Eigenlijk ben ik al een jaar op, op, op.’ Dan zeggen wij: het is goed geweest. Je hebt dat goed gedaan. Je mag de zorg afgeven.”
Het kantelpunt tussen wilsbekwaamheid en wilsonbekwaamheid noemt ze een van de moeilijkste fases. “Dat moment waarop mensen beseffen wat ze moeten afgeven. Dat rouwen om jezelf. Terwijl je later soms ziet dat mensen verzonken in hun dementie toch een vorm van levenskwaliteit ervaren. Dat schuift.”
Ook het maatschappelijk debat rond euthanasie is complex. “Als gezonde mens zeg je misschien snel: dat moet kunnen. Maar als je hier rondkijkt, zie je ook mensen die op hun manier gelukkig zijn. Het is geen eenvoudig zwart-witverhaal.”
Kat Steppe knikt. “Wat je als gezonde mens denkt over kwaliteit van leven, blijkt vaak te verschuiven wanneer je er echt staat.”
Neerkijken en niet begrijpen
Wat Caroline dagelijks raakt, is hoe mensen soms neerkijken op bewoners met dementie. “Zelfs binnen een woonzorgcentrum hoor je: ‘Die zijn niet zo goed als wij.’ Dat toont hoe sterk we naar de ziekte kijken en niet naar wie iemand nog is.”
De film legt die reflex bloot, maar zonder beschuldiging. Hij toont ook humor. Scherpe opmerkingen. Onhandige momenten. Liefde. Ruzie tussen kinderen rond het bed van hun moeder. Vergeving na jaren stilte.
“Thuis moet je kunnen wenen. Maar ook kunnen lachen,” zegt Caroline. “Dat geldt hier ook. We zijn een familie. Met heftige momenten en met veel fun.”
Die balans tussen verdriet en lichtheid typeert ook de film. Kat Steppe verloor tijdens de productie haar man en fotograaf Frank Temmerman. In haar omgeving kregen mensen een diagnose dementie. Toch koos ze niet voor zwaarte. “Ik wilde plaats maken voor humor en ironie. Anders is er geen ademruimte.”
Een steen verleggen
De cijfers liegen niet. Het aantal mensen met dementie zal de komende decennia sterk toenemen (van 220.000 naar 360.000 in 2050 in ons land). Experts zoals professor Bart De Strooper waarschuwen al langer voor die ‘lawine’. Tegelijk staan woonzorgcentra onder een enorme druk door besparingen vanuit de overheid.
“Dat valt niet te rijmen,” zegt Caroline. “Mensen liggen pas wakker van zorg als ze die zelf nodig hebben. Tot die tijd lijkt het een ver-van-mijn-bedshow en dat lijkt zich ook te vertalen in het beleid.”
Juist daarom is sensibilisering zo belangrijk. “Ik kreeg een bericht van een moeder,” vertelt Kat. “Haar zestienjarige dochter zei na de film: nu weet ik wat ik wil doen met mijn leven. Ik wil in de zorg gaan. Dat is ongelooflijk.”
Caroline hoopt dat scholen de film aangrijpen om in gesprek te gaan. “Niet gewoon kijken en dan over naar rekenen. Maar echt het debat voeren.”
Zondag de Negenste
De titel van de film krijgt pas helemaal betekenis op het einde. Wanneer ze valt, blijft ze hangen. In het woonzorgcentrum gebruiken bewoners en personeel die woorden al langer, als bijnaam, als herinnering aan een bijzondere vrouw. De titel werd zo meer dan een naam. Een eerbetoon.
Misschien is dat wat deze film uiteindelijk doet: een eerbetoon brengen. Aan mensen met dementie. Aan mantelzorgers. Aan zorgverleners. Aan families die proberen het goed te doen. Aan wie rouwt om wat verloren gaat, en tegelijk zoekt naar wat nog kan bloeien.
Een kijker schreef ons: “Wat een film, eentje die blijft hangen, die beroert. Geweldig hoe de regisseur erin slaagt het thema van dementie op een respectvolle manier te benaderen. Met een sterke verhaallijn, de nodige humor af en toe en zó herkenbaar.”
Dat is precies wat Zondag de Negenste doet. Hij blijft hangen. Aan tafel. In gesprekken. In stilte.
Ga kijken. En praat erover.
Wie met dementie te maken krijgt, voelt zich soms alleen. Maar dat is niemand. Dementie is een gedeelde maatschappelijke realiteit. Een kwetsbaarheid die ons allemaal kan raken.
Deze film verlegt een steen. Hij maakt dementie bespreekbaar. Hij nodigt uit om te kijken met mildheid. Om vragen te stellen. Om het gesprek aan te gaan — thuis, op school, in het woonzorgcentrum.
Ga kijken. Neem iemand mee.
En laat het gebeuren.
© Fotografie: Frank Temmerman
Zondag de Negenste | Overzicht bioscopen
In april 2026 gaat Zondag de Negenste op tournée in culturele centra in Vlaanderen.
Zelf een filmavond organiseren?
bookings@paradiso.be
Zondag de Negenste is een productie van Panenka met de steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) in een coproductie met het Nederlandse Isabella Films en VRT1. De film kwam tot stand met de steun van Screen Flanders, Creative Europe, Eurimages, Creative Europe MEDIA, Streamz, Proximus, Torino Filmlab, het Nederlands Filmfonds, de Nederlandse Productie Incentive, de Belgische Tax Shelter, Alzheimer Liga Vlaanderen, Stop Alzheimer en het woonzorgcentrum OLV Antwerpen.
Bekijk ook
Bewoners Antwerps woonzorgcentrum kijken samen naar film die bij hen werd opgenomen | GVA
Bewoners Antwerps woonzorgcentrum schitteren in film over dementie 'Zondag de Negenste': "Erg pakkend" | VRT NWS: nieuws
Op de foto (boven) van links naar rechts: Kristien De Proost, Nathalie Aerenhouts, Caroline Giraud, Marlies Dockx, Kat Steppe, Josse De Pauw | Filmfestival Oostende januari 2026
Op de foto (boven) van links naar rechts: Peter Van Houtven, directeur Alzheimer Liga Vlaanderen - Caroline Giraud, directeur woonzorgcentrum Onze Lieve Vrouw Antwerpen - Kat Steppe, regisseur | Q&A na avant-première Zondag de Negenste